Walravina




Informatie "Walravina"

Scheepstype : heve-aak (ook wel genoemd: hevenaak, hevelaak, heefaak)
Bouwjaar : 1906
Mast : 16 meter
Grootzeil : 101 m2
Fok : 33 m2
Scheepslengte : 22,70 meter
Scheepsbreedte : 4,41 m.
laadvermogen : 100 ton
maximale diepgang : 1,65 m. (geladen)
minimale diepgang : 0,50 m. (ongeladen)
Werf : Bastiaan van Woesik Ooidijk 7a, Nijmegen
Opdrachtgever : Dirk van Doodewaard




alida Het zeilvrachtschip de Walravina is een typisch Gelders rivierschip.

Het zeilvrachtschip de Walravina is een typisch Gelders rivierschip. Een schip in de vrije vaart, niet gebonden aan een bedrijf of in vaste beurtvaart tussen stad en dorp. In het Duitsche Rijnschepen Register (1912) staat zij vermeld met als vaargebied Nederland, Duitsland en Belgi. De Walravina vervoerde graan, hout en (stuk)goederen vanuit de zeehavens naar het Nederlandse en Duitse achterland. Van de steenfabrieken langs de grote rivieren naar de steden kon de Walravina op een reis 50.000 stenen vervoeren die met de hand geladen en gelost werden. De vroegere schippersfamilie Van Doodewaard was zuinig op hun schip. Zij vervoerden geen vuile lading zoals kolen of mest.





alida De oude schipperswoning (de roef) achter op het schip heeft nog de inrichting uit 1906.

De oude schipperswoning (de roef) achter op het schip heeft nog de inrichting uit 1906. Het houten interieur met panelen en kastjes heeft in het dwarsschot tussen woning en laadruimte een schouwtje met houtsnijwerk dat traditioneel is gemarmerd. In deze schouw staat een kolenfornuisje. De roef was woning en keuken tegelijk. Een schuifdeurtje met glas-in-lood geeft toegang tot het achteronder: het slaapvertrek onder het achterdek met aan weerszijden de bedsteden van grenen kraaldelen. De roef is een verzonken roef om de kruiphoogte (doorvaarthoogte) van het schip zo laag mogelijk te houden. Het vooronder was het verblijf van de knecht onder het voordek.





alida Bij de restauratie is de Walravina op klassieke wijze getuigd.

Bij de restauratie is de Walravina op klassieke wijze getuigd. Al het touwerk en staaldraad (het lopend en staand want) is met de hand gesplitst. De zeilen zijn gemaakt van traditioneel zwaar katoendoek nr.2 en omlijkt met henneptouw. Om onder vaste bruggen door te kunnen varen wordt de mast met behulp van de mast/ankerlier op het voordek nog handmatig gestreken en opgedraaid.